40 vragen aan… Anita Makken (Bar Players).
Bar Players, er liggen tal van FC-verhalen. Spelers, medewerkers, sponsors, supporters. Wie is er niet in Bar Players geweest? Komende dinsdag (13 oktober) bestaat het café exact 40 jaar en aanstaande zondag wordt dat groots gevierd met special guest Gerard Joling. Een lang gekoesterde wens van de koningin van de Poelestraat; Anita Makken. Bar Players is één van de langstzittende sponsorrelaties van de club en voor sommige relaties dienen uitzonderingen te worden gemaakt. De ‘Elftal vragen aan…’ is voor deze ene keer; De ’40 vragen aan…’ Anita Makken. Haar levensverhaal, over haar jeugd, haar ouders Gré en John, het ontstaan van de Groningse nacht, Gerard Joling en de vriendschap met Corrie Konings.
1. Waar stond jouw wieg Anita?
“Ik ben in 1965 geboren in ons huis aan de Meeuwerderbaan 22 in de Oosterpoort. Daar stond mijn wieg. Ik woonde er met mijn ouders John en Gré en met mijn oudere zus José. Ik herinner me dat we een achtertuin hadden en dat mijn moeder me daar waste in de wastobbe. Zo ging dat toen. Toen ik vier was verhuisden wij naar de Poelestraat.”
2. Jouw ouders waren horeca-grootheden in het Groningse nachtleven, maar dat is min of meer toevallig ontstaan toch?
“Klopt. Mijn vader werkte op een scheepswerf en hij had met een compagnon een loodgietersbedrijf aan de Meeuwerderweg, Gipkes en Makken. Mijn vader was een maker, een technisch vakman en doener. Met een goede kennis kon hij in 1968 de Poelestraat 31 kopen en ze opperden om er een horecazaak van te maken. Mijn vader had daar, net als mijn moeder trouwens, geen ervaring in, maar hij was altijd op zoek naar uitdaging. Hij rook de potentie van de horeca en ging ervoor.”
“Dat jaar openden ze discotheek de Jolly Joker. De start was moeilijk, want in het begin liep het totaal niet en er ontstond ook nog eens een enorme brand. Nee, die begintijd was pittig. Maar door die brand werd het pand opnieuw opgebouwd met de fameuze twee etages en meerdere barren. Er ontstond ook een uitgaansscene zonder sluitingstijden en veel energie. Het nachtleven kwam op gang, de Poelestraat werd dé horecastraat van Groningen en de populariteit en de bezoekersaantallen van de Jolly Joker waren enorm.”

3. Toen jij opgroeide als tiener zaten jouw ouders volop in het horecaleven. Hoe was dat voor jou?
“We woonden inmiddels als gezin in de Poelestraat en in de eerste jaren zaten mijn zus en ik nog op school in de Oosterpoort. Maar hoe laat het ook was geworden ‘s nachts, mijn vader bracht ons altijd trouw naar school! De Poelestraat zag er toen heel anders uit. Je kon er met de auto rijden en er stonden auto’s geparkeerd. Op straat spelen was lastig, maar als kind en tiener hobbelde ik altijd achter mijn vader aan. Zo kwam ik dagelijks in de Jolly Joker. Boven rennen en spelen op de tweede etage, kleine klusjes doen.”
4. Je vader John werd door zijn horecaleven en opvallende voorkomen een begrip in de stad. Wat was hij voor een man?
“Als kind en zijn dochter, vond ik hem vooral een hele lieve, rustige man. Hij was een binnenvetter, maar je zag dat hij altijd aan het denken was. Hij was altijd op zoek naar verbetering, was creatief en oplossingsgericht en wilde het liefst bezig zijn. Maar bovenal vond ik hem een hele zorgzame vader.”
5. Wat heb jij van hem geleerd?
“Wow, dat is moeilijk in een zin te pakken zeg. Mijn vader kon moeilijk niets doen en ik merk dat ik zelf ook graag bezig ben. Niks doen zit ook niet in mij. Zo heb ik naast Bar Players ook tien jaar een zonnestudio gehad. En praktisch gezien? Ik ben door mijn vader heel hands-on. Als kind hielp ik hem al met loodgietersklusjes, daarom draai ik nu mijn hand niet om voor het maken van een kapotte Wc of verstopte afvoer.”

6. Ook jouw moeder Gré werd een horeca-icoon. Wat was zij voor een vrouw?
“Mijn moeder was erg geïnteresseerd, meelevend en tolerant. Ze was een mensenmens. Bovendien was ze echt een aanvulling op mijn vader. Mijn moeder was goed in de financiële-, administratieve en personeelszaken. Die twee konden letterlijk niet zonder elkaar. In het werk, maar ook in hun huwelijk wisten ze precies wat ze aan elkaar hadden.”
7. Wat gaf jouw moeder je mee in je leven?
“Mijn moeder leerde me om goed te luisteren. Wat heb ik achter mijn bar ook veel verhalen aangehoord en mensen gesteund en geholpen. Ook dat heeft zij mij geleerd. En ik zag hoe goed zij voor haar medewerkers zorgde. Daar stond ze echt voor. Ze zei altijd; ‘Let wel Anita, de eerste uitbetalingen doe je altijd aan je personeel.’ Maar het gaat vooral om de waardering van je medewerkers. Het samen leuke dingen doen. Zo plan ik regelmatig een uitje naar de FC, gaan we bowlen of lekker uiteten. Ik besef goed dat ik zonder mijn team Bar Players niet kan runnen.”
8. Wat was jouw eerste bijbaantje?
“Mijn eerste meters maakte ik in de Jolly Joker. Mijn vader opende altijd om acht uur de deuren en dan wilde ik per se met hem mee. Ik kende al het personeel, deed kleine klusjes, mocht steeds langer blijven en steeds meer doen. Opruimen en schoonmaken, de garderobe en kassa, achter de bar staan. Het scheelde dat ik de jongste was, want voor mij waren de regels wat minder streng. Maar het was ook handig voor mijn ouders dat ik meehielp. Zo wisten ze precies waar ik ’s avonds was. Ik heb één uitstapje gemaakt naar De Nimf van Jan Hamming, daar werkte ik op de zondagen.”
9. Wat je zou zijn geworden als je niet de horeca was ingegaan?
“Tja, als bestaat niet zeg ik altijd, maar ik dacht wel eens na over de Hotelschool of de Politieschool. Ik droomde van een eigen hotel in het buitenland, maar ook het Politiewerk leek me spannend. Ik kon geen keuze maken en ja, eigenlijk was ik al gewend en verliefd op de Groningse horeca en zat er tot mijn oren in. Helemaal toen we Bar Players openden.”
10. Die opening was op 13 oktober 1986. Wat weet jij nog van die dag?
“Van die dag eigenlijk niet veel, we hadden ook geen openingsfeest. In het pand aan de Poelestraat 22 hadden mijn ouders eerst nachtclub ‘Le Bluet’, dat hebben we in 1986 omgebouwd naar Bar Players. Ik zie mezelf nog de muren verven met mijn zus. We begonnen samen, plaatsten een pick-up en een klein draaitafeltje en gingen open terwijl ik nog op de HAVO zat. Daarna heb ik meteen maar mijn horeca- en middenstandspapieren gehaald.”

11. Wat is het verhaal achter de naam Bar Players?
“We hadden geen duidelijk idee over een naam. Er kwamen in ‘Le Bluet’ altijd al veel sporters en nog voor de opening plaatsten we een biljart en twee dartboarden in het café. Iemand opperde toen om het Bar Players te noemen, dat klonk lekker. Het is nu wel heel bijzonder om te ervaren hoe bekend deze naam uiteindelijk is geworden.”
12. Ook Bar Players was meteen in trek bij sportend Groningen. Wie kwamen er zoal over de vloer?
“Weet je, het waren niet alleen de spelers van sportclubs als FC Groningen en GIJS die kwamen. Het waren ook amateurverenigingen zoals GVAV, GRC, de Vogels, Gronitas en Velocitas waarvan diverse teams na hun training bij ons langskwamen. Ik zie de hoge stapels kleurrijke sporttassen van de verschillende teams nog voor me. Het was een gezellige boel, ook tussen de clubs onderling. Eigenlijk waren wij een verlengstuk van hun kantines.”
13. Het Players-concept is een mix tussen een bruin café en een bar- dancing gebaseerd op vaderlandse muziek. Was dat de bedoeling?
“Nee, dat is zo gegroeid. Zoals gezegd, we zijn in 1986 ‘gewoon’ begonnen. We hadden geen gekozen thema of stijl en in het begin draaiden we Top 40-muziek en lekkere dansklassiekers. Dat namen we mee uit de Jolly Joker-tijd. Begin jaren negentig verschoven we naar het Nederlandse genre. Dat sloeg aan, het Nederlandse lied werd steeds populairder en er waren geen andere cafés met hetzelfde concept. Nog altijd zijn we het enige echte Nederlandstalige feestcafé in Groningen. Dat is wel uniek.”
14. Welke specifieke hits of Nederlandse artiest heb je grijs gedraaid? Wat zijn echte Players-klassiekers?
“Och jee, dat zijn er zoveel! Qua hits zijn dat bijvoorbeeld ‘Zwoele zomer nachten’ van Rutger van Barneveld of ‘Engelbewaarder’ van Marco Schuitmaker. En vroeger ‘Heb je even voor mij’ van Frans Bauer of ‘de Woonboot’ van Stef Ekkel. Ik grap trouwens weleens dat ik Stef door die verrekte woonboot ben kwijtgeraakt, haha. Die hit was zijn doorbraak, maar daarvoor kwam hij regelmatig bij mij zingen. En ja, legendes als Andre Hazes, Jan Smit en Jannes; zij zijn het hart van de Nederlandse muziek. Al die hits en artiesten draai ik nog bijna dagelijks.”
15. Sinds de opening hebben er ook vele vaderlandse artiesten live bij jou opgetreden. Kun je er een paar noemen?
“Django Wagner, Frans Duijts, Rene Schuurmans, Peter Beense, Marianne Weber, Wolter Kroes, Stef Ekkel, Koos Alberts, Corry Konings, John West, Jan Smit, Imca Marina, Jannes en dan mis ik er nog diversen. De vele livemuziek heb ik overgenomen van mijn ouders, die boekten ook vaak artiesten. Anita Meijer, Zangeres Zonder Naam, Andre van Duin, Bennie Nijman, Bonnie St. Claire, de Blue Daimonds, Rita Hoving en heel vaak Corry Konings.”
16. Vooral met Corry Konings hebben jullie als familie Makken een hele bijzondere band toch?
“Ja, echt wel! Mijn ouders draaiden haar hits vaak en al snel hebben ze Corry gevraagd om te komen zingen. Dat was niet eenmalig. Corry heeft ook op mijn bruiloft gezongen en tijdens het vijfentwintigjarig jubileum. De mooiste herinneringen bewaar ik aan haar nummer ‘Wie heeft jou zover gebracht’. Altijd als mijn vader en ik dat nummer hoorden, gingen we samen dansen. Dus ja, Corry is veel meer dan een huisartiest, ze heeft veel voor ons betekend. En nog steeds!”
17. Veel Stadjers en oudgedienden hebben het nog over het fameuze ‘Kastje biljarten’ in Players, wat is dat?
“Och ja, dat werd veel gespeeld! Het is letterlijk een kastje met gaten die midden op het laken staat. Je moet met de witte bal de rode raken en een bal in dat kastje zien te krijgen. Er kwamen altijd ouderwetse knaken bij kijken en die gooiden ze op het kasje. Soms lagen er stapels munten op het kastje en was er hilariteit alom. Erwin Koeman was goed in Kastje-biljarten weet ik nog!”
18. Heb je nog een bijzondere anekdote over een event in jouw café?
“Tijdens het EK’88 hadden we een belangrijke wedstrijd van het Nederlands elftal op een groot scherm. Het was ramvol, de sfeer was geweldig en het liep als een tierelier. Totdat tijdens de eerste helft plots de projector uitviel. Het café stroomde leeg, ik zag de gezelligheid en omzet, maar vooral onze reputatie verdampen. We hadden snel door dat de projector oververhit was, maar als we die lieten afkoelen deed hij het weer en kwamen de mensen weer binnen. Vanaf dat moment heb ik iemand een uur lang met een theedoek naast de projector laten wapperen. Dat was hilarisch!”
19. Heb je met Bar Players ook moeilijke jaren gekend, momenten dat je wilde stoppen?
“Ach, ondernemen gaat met ups en downs, maar zakelijk heb ik niks te klagen gehad. Ook nu weer zit het weer tjokvol en ben ik erg tevreden. Ik heb nooit een moment gehad dat ik wilde stoppen, zelfs niet tijdens de Coronapandemie. Tijdens de verplichte sluiting heb ik nog een heel mooi jaar met mijn moeder beleefd. En natuurlijk, mijn scheiding of het bericht dat mijn vader ziek was; dat waren moeilijke momenten en dan moest ik er wel ‘gewoon’ staan. Maar juist mijn werk was tijdens die verdrietige momenten ook een hele welkome afwisseling en hielp me relativeren.”

20. De band die jij en Bar Players met FC Groningen hebben is uniek. Hoe is dat ooit ontstaan?
“Mijn ouders gingen al naar GVAV en vanaf 1971 naar FC Groningen. Ze werden ook als een van de eersten lid van de Ondernemers Rond Groningen (ORG). In die jaren is de band met de FC-spelers, sponsoren en clubbestuurders ontstaan. De spelers, maar ook bestuurders als Renze de Vries kwamen vaak naar onze cafés. FC- verzorger Johnny Visser bedacht ook vaak leuke dingen. Zo kwam de selectie door hem Sinterklaas bij ons vieren en organiseerde hij echte mannenavonden in de Players. En ja, als de mensen van FC Groningen graag naar je café komen, dan zingt dat zich snel rond.”
21. Wat zijn jouw eerste herinneringen aan FC Groningen?
“Ik was gek op voetbal en als klein meisje mocht ik al met mijn ouders mee naar het Oosterpark. Ik heb overal gezeten, ook op onze ’25-jaarkaartplekken’. Mijn ouders zaten op de hoofdtribune en na afloop van de wedstrijd mocht ik naar de ORG-lounge. Door het lidmaatschap van de ORG leerde ik veel mensen kennen en maakte veel mee. Zo glipte ik vaak via de tussendeur naar het spelershome waar Menko Huizinga achter de bar stond. Het was daar supergezellig. Kletsen met spelers maar ook met ondernemers als Gerriet Koolma, Ronnie Schoonveld, Gerard van der Meulen. Mijn ouders waren gek op de FC, maar ze gunden mij de club ook.”
22. Spelers, clubmedewerkers, sponsoren en supporters, ze kwamen in goede en slechte tijden naar de Players. Wat denk je dat hen zo aantrok?
“Nou ja, dat is vast het volkse, toegankelijk concept met de herkenbare muziek. En bij ons kan iedereen echt zichzelf zijn. Maar het is ook best simpel eigenlijk. Als FC Groningen won, kwam de hele kliek de winst bij ons verder vieren en bij verlies zocht de hele kliek een plek om alsnog een feestje te vieren. In beide gevallen ging het dak er af.”
23. Wat is jouw mooiste herinnering aan FC Groningen?
“Dat blijft het winnen van de KNVB-beker! Dat is toch een grote prijs. Er was ook een bijzonder moment die avond. Het was in Groningen de hele middag al feest en na de winst ging het natuurlijk helemaal los. Toch was er even een soort ‘stilte voor de storm’. Veel FC-supporters waren nog onderweg uit Rotterdam naar de Stad. Hans Nijland was voor de troepen uit gereden en snelde zich naar Bar Players. Ik was daar met mijn ouders en plots stond hij voor ons. We schonken een borreltje in, proosten met zijn viertjes op de beker en trapten zo de feestavond af. Dat was heel bijzonder.”
24. ‘What happens in Players, stays in Players’ zeg jij altijd. Maar heb je een anekdote over een FC-speler die je wel kunt delen?
“Milko Djurovski zat altijd op een vast plekkie aan een tafeltje naast het biljart. Klein rokertje erbij, dat was toen heel normaal. Hij gaf altijd veel rondjes en als hij dat deed, zei hij tegen mij ‘Keep the small money Anita’. Milko was een makkelijke gozer. En ja, de FC-selectie, waaronder Hans Hateboer, stapte plots na de bekerwinst in die karakteristieke ‘Amstel badjassen’ de zaak in. Prachtig! Maar ook als mannen als Martin Drent en Joop Gall kwamen was het altijd feest, gein en gezelligheid.”
25. Voor welke voetballers kom jij naar het stadion?
“Dat is het type Jan van Dijk. Echt een man met krakater en een doorzetter die zijn verantwoordelijkheid pakte. Erik Nevland vond ik ook geweldig, ook al zo’n nuchtere harde werker. Als keeper kwam ik kijken voor Patrick Lodewijks. Voor mij geen showmannetjes met een ego, doe maar normaal. Daarom vind ik de huidige FC-selectie nu ook zo top. Als mensen zichzelf geweldig vinden, dan vind ik ze meteen een stuk minder geweldig.”

26. Hans Nijland is ook groot fan van jouw café. Heb je nog een mooie anekdote over hem?
“Te veel, haha. Maar als Hans binnenkwam, gebeurde er altijd wat. Of hij stond ineens op de dansvloer of op de bar, maar soms ook zomaar achter de bar. Dat deed hij ook in de late uurtjes na de bekerwinst. Hij vroeg plots de microfoon en voltrok op geheel eigen wijze de loting voor de aanstaande UEFA-cup poulefase. Hij zweepte de kroeg op en één voor één kwamen de grote Europese topclubs uit zijn ‘koker’. De bezoekers brulden mee bij het horen van de clubs en de sfeer was echt geweldig. Hilarisch, je kunt het op YouTube nog altijd herbeleven.”
27. Je investeerde mee in spelers, steunde de club in Coronatijd, bent nog altijd sponsor en het langst actieve businessclublid. Waarom sta je ook financieel achter de FC?
“Dat is denk ik mijn hart voor Groningen en de club FC Groningen. Het belang van de club voor onze Stad is groot, daar draag ik graag aan bij. Maar het is ook de geschiedenis tussen de club, onze familie en het café. De herinneringen aan mijn ouders, aan oud-bestuurders en sponsoren, de band met de FC Groningen-supporters; FC Groningen en Bar Players zijn vervlochten. En heel eerlijk, veel supporters vonden via het Oosterpark en de Euroborg hun weg naar Bar Players. Daar heb ik echt profijt van gehad. Dan doe je ook wat terug.“
28. Je hebt veel afgereisd met de FC. Welke reis staat jou nog altijd bij?
“Dat was de reis naar Florence voor de Europese uitwedstrijd tegen Fiorentina. We hadden een topdag. Eerst gezellig feesten op het plein aldaar, daarna nog een leuke borrel en diner in het hotel en toen op tijd in de bus naar het stadion. Onderweg bleek echter dat de club onze kaarten was vergeten mee te nemen. Ik heb echt gedacht dat ik de wedstrijd ging missen. Eenmaal bij het stadion moesten we lang wachten, maar uiteindelijk kwam Theo Huizinga vlak voor de wedstrijd met de kaarten. Precies toen wij de tribunes opliepen, stapten de spelers het veld op. Het werd een van de mooiste, maar vooral spannendste wedstrijden die ik FC Groningen ooit heb zien spelen, maar die had ik bijna gemist.”
29. Wat betekent de FC voor jou?
“Heel veel. De club heeft mij, maar ook mijn familie en het café veel moois gebracht. Ik ben een echte fan, heb een Gronings hart en FC Groningen hoort bij mijn leven. Het brengt mij afleiding, vermaak, traditie, maar vooral ook steeds weer nieuwe herinneringen. De club, de Euroborg; het voelt als een tweede huis.”
30. Anita, dinsdag bestaat Bar Players veertig jaar. Wat is er sinds 1986 anders, maar ook nog altijd hetzelfde aan een avondje Players?
“De wereld, de maatschappij en de mensen zijn veranderd. Mensen leven voor mijn gevoel gehaaster en individualistischer, maar de gezelligheid en het vertrouwde is er nog altijd. Mensen blijven nog steeds afleiding en ‘vertrouwd vertier’ zoeken naast hun drukke werk of studie. In Bar Players bieden we dat. Maar ik heb daarom de inrichting en het concept altijd bewust hetzelfde gelaten. Dat warme, vertrouwde en het volkse vinden mensen mooi. En de vaderlandse muziek past daar nog altijd bij.”
31. Hoe ziet jouw team er anno 2026 uit?
“Ik heb een klein, maar heel fijn team. We draaien Bar Players nu met zijn viertjes. Het zijn begin twintigers en harde werkers. Ze staan echt bokje voor elkaar en snappen het concept. Je moet echt bij Players passen en willen werken, maar dat doen ze. Ik ben heel blij met mijn team.”
32. Zondag vier je jouw jubileum met een optreden van Gerard Joling! Een lang gekoesterde wens. Welk verhaal zit daarachter?
“Mijn ouders namen ons vroeger vaak mee naar Amsterdam. Lekker even samen weg. Goed eten, de stad verkennen en natuurlijk op stap. Zo belandden we vlakbij het Rembrandsplein een keer in een café waar Gerard Joling optrad. Dat was vlak voor zijn grote doorbraak. Ik vond hem meteen een topzanger en een leuke, mooie vent. Hij gaf echt een show weg en dat is altijd in mijn hoofd blijven zitten. Ik zei altijd tegen mijn moeder; ‘Ooit moet Gerard in Bar Players komen zingen’. Maar hij werd echt een hele grote artiest en razend populair. Dit jaar dacht ik, het is nu of nooit. En het is zondag!”
33. Je hebt diverse jubilea goed gevierd. Waarom pak je dat altijd groots aan?
“Dat heb ik overgenomen van mijn ouders. Zij vierden belangrijke momenten ook graag samen met familie, vrienden en klanten. Je moet stilstaan bij mijlpalen; voor jezelf, maar ook voor je trouwe gasten en personeel. Samen successen vieren is ook veel leuker. En ja, door zo’n feest maak je meteen weer nieuwe herinneringen!”

34. Zondag kunnen er veel mensen wel, maar ook mensen niet bij zijn…
“Ja, het was binnen een dag uitverkocht en ik krijg nog steeds veel vragen. Het is niet normaal hoeveel aandacht ervoor is. Kijk, ik wilde Gerard Joling echt in Bar Players laten zingen. Dan weet je dat er beperkte capaciteit is en veel mensen er niet bij kunnen zijn. Daarom heb ik gewerkt met kaartverkoop geldend voor iedereen. Gelukkig is het deze hele maand feest in Bar Players en is er veel te doen. Daarbij is iedereen welkom!”
35. Hoe hoop je het feest zelf te beleven?
“Zonder dat ik daar zelf over na hoefde te denken, zeiden mijn collega’s dat ik zondag niks mag doen. Dat vond ik heel lief, maar ook moeilijk. Maar ik ga nu lekker genieten van het optreden, kletsen met gasten en ja, dit keer vanaf de andere kant van de bar. Wellicht dat ik om acht uur weer achter mijn vertrouwde barretje spring, dat blijft toch mijn favoriete plekkie in Players.”
36. Wat zou je anders doen als je jouw leven opnieuw mocht leven?
“Niet veel. Ik zie mezelf ook niet iets anders doen en ik zou zeker weer de horeca ingaan en Bar Players opnieuw opstarten. De vertrouwde gasten weer ontmoeten, mijn lieve ouders weer op het iconische plekkie op de hoek van de bar zien. Het waren veertig bijzondere jaren en die zou ik graag opnieuw beleven!”
37. Zie je jezelf over tien jaar nog achter jouw vertrouwde bar staan?
“Nee, dat niet. Ik moet mezelf wel een beetje beschermen en zie mezelf niet met een rollator achter de bar. Voorlopig ga ik nog lekker door, maar er komt een moment van stoppen. Ik weet alleen nog niet precies hoe en wanneer.”
38. Zie je tegen het afscheid op? Kan dat jou ontroeren of ben je er nuchter onder en is het dan wat het is…
“Tja, dat is voor mij de grote vraag. Dat vind ik lastig om te zeggen. Het zal de moeilijkste beslissing in mijn leven zijn en heel eerlijk? Ik heb geen idee hoe ik dat verwerk.”
39. Welk nummer ga je als allerlaatste draaien als jij stopt in Bar Players?
“Dat is een makkie. Dat is Corry Konings met ‘Mooi was die tijd’. Ik krijg er nu al kippenvel van.”
40. Ten slotte Anita, pak je zondag een Tonic met Gin of heb je liever een Gin met wat Tonic?
“Haha, nou…. Het lekkerste is de normale Gin, dat is een Gordons, met normale Tonic. Dus niks geen Tonic light of smaakjes. Wel met twee blokjes ijs, een citroentje en een stampertje. In een LONGDRINK glas!”


